






Boerderij de Loods
Ouden Dendermondsesteenweg 37, 9300 Aalst, 053/77.65.72, Boerderij.de.loods@belgacom.net
Openingsuren van de winkel
Maandag van 8u tot 16u30
Dinsdag van 8u tot 19u
Woensdag van 8u tot 16u30
Donderdag van 8u tot 18u
Vijdag van 8u30 tot 15u30
Zaterdag van 6 april tot eind juni van 9u tot 13u
Zaterdag vindt u ons op de markt in Aalst (ter hoogte van Kruispunt Keizersplein en Zoutstraat)












Cataloog 2012
In de catalogus 2012 vindt u het plantenassortiment van Boerderij De Loods.
Wij kweken biologische medicinale en keukenkruiden in een groot assortiment, alsook eetbare bloemen, vergeten eetbare gewassen en groenten. Ook bieden we u een ruim aanbod van bio-plantgoed en bio-zaden aan.
U bent steeds welkom op de boerderij voor een bezoek aan onze tuin en serres tijdens openingsuren. Tevens hebben we dit jaar 4 extra verkoopdagen op de boerderij zelf:
Op zaterdagvoormiddag staan we op de markt te Aalst (begin Korte Zoutstraat).
Hebt u nog vragen dan helpen wij u graag verder op het nummer 053 77 65 72 of via e-mail virginie.vanmol@swpdeloods.org of sofie.depril@swpdeloods.org
Keukenkruiden kunnen in verschillende groepen onderverdeeld worden.
Eénjarige soorten:
Eénjarige soorten worden steeds gezaaid in het voorjaar en leven maar enkele
maanden. Op deze enkele maanden ondergaan ze een volledige levenscyclus,
d.w.z. groeien, bloeien en afsterven.
Binnen kan reeds gezaaid worden vanaf maart-april. Buiten, al dan niet in
volle grond, zaait men na 15 mei om vorstschade te vermijden.
Als men in de kas zaait of buiten, is het belangrijk te zorgen voor vers zaad
of zaad van een betrouwbare leverancier. Zaaigrond moet best een zandig
kiemvrij, niet te grof compostmengsel zijn. Indien de zaden te dik gezaaid
zijn, zal het noodzakelijk zijn de planten, van zodra de eerste blaadjes (kiemblaadjes)
volgroeid zijn, uit te dunnen of te verspenen. Door verspenen krijgt
men gelijkmatiger plantmateriaal en kwalitatief steviger planten. Tijdens de
kieming zorgt men zoveel mogelijk voor een hogere bodemtemperatuur en
constant hogere vochtigheidsgraad. Na kieming en verdere opgroei kan men
de temperatuur laten zakken en watergifte ook matigen. De hogere temperaturen
en constant hogere vochtigheidsgraad zal zorgen voor een gelijkmatiger
kieming der zaden.
Weinige éénjarigen zullen zichzelf spontaan uitzaaien en volgend jaar
opnieuw gaan kiemen, één uitzondering op de regel is bernagie of komkommerkruid.
Enkele voorbeelden van éénjarige soorten zijn: dille, basilicum, bernagie,
anijs, éénjarig bonenkruid, komijn, enz.
Tweejarige soorten:
Tweejarige soorten worden op dezelfde manier behandeld. Het grote verschil
is dat ze een levenscyclus over twee jaar spreiden. De kieming van deze soorten
grijpt plaats rond eind juli-augustus. Deze kruiden gaan als een rozet de
winter in en gaan zich pas na de winter verder ontwikkelen met bloemen en
zaden. Soms neemt de plant, bij gebrek aan voeding, een jaartje meer om
zich te ontwikkelen. Tweejarige planten zijn verhuizers, ze gaan wandelen in
de tuin !
Enkele voorbeelden van tweejarigen kruidensoorten zijn: karwij, engelwortel,
look-zonder-look, krulpeterselie, enz.
Doorlevende soorten:
Deze soorten zijn zoals de naam het zegt doorleven. Dit betekent ieder jaar
opnieuw uitlopend en verder groeiend. Maar niet alle soorten daarvan zijn in
onze klimaatzone winterhard. Citroengeraniam, ananassalie, citroenverbena
zijn hiervan enkele voorbeelden. Ook moeten we volledigheidshalve ook
vermelden dat er bladhoudende en bladverliezende doorlevende keukenkruiden
bestaan.
De meeste doorlevende keukenkruiden kunnen gezaaid worden in het voorjaar
zoals beschreven onder de éénjarige soorten. Een aantal kruiden zoals
daslook en roomse kervel zijn vorstkiemers. Dit betekent dat ze juist vóór de
winter gezaaid worden. Eens de vorst erover gegaan is, gaan ze pas kiemen.
Geen vorst is dus geen kieming !
De meeste doorlevende soorten kunnen gedeeld of gestekt worden.
Delen van kruiden is de eenvoudigste vermeerderingsmethode. Het is al een
oude tuinierstechniek en een héél goede. Grote kluiten van vaste soorten
worden uit elkaar getrokken en de buitenste stukken worden opnieuw opgeplant.
De beste periode daarvoor is het vroege voorjaar. De herfst kan ook,
maar neem dan grotere stukken zodat de plant voldoende reserves heeft om
de winter door te komen.
Stekken van doorlevende kruidensoorten is ook een veelgebruikte techniek
om planten bij te kweken.
Er zijn in principe 4 soorten stekken nl. kruidige-, halfverhout-, houtige- en
wortelstekken. De namen geven duidelijk weer waar het om gaat en zeggen
bovendien iets over de tijd van het jaar waarin ze genomen kunnen worden:
kruidige stek vroeg in het begin van de groeicyclus, houtige stek aan het
eind, wortelstek als de plant in rust is.
Met uitzondering van houtige stek, moeten alle steksoorten in een gesloten
stekbak worden gezet. Het is belangrijk om de stekken in een vochtige atmosfeer
te houden omdat ze anders via hun bladeren vocht zullen verliezen en
ze dat - ze hebben immers geen wortels - niet kunnen aanvullen. Zelfs met
een gesloten stekbak moet men dus goed op de hoeveelheid vocht in de
stekgrond letten en de stekken regelmatig met een handsproeier fijn
besproeien. De koude stekbak of een beschut plekje in de tuin kan dienst
doen voor houterige stekken. Stekgrond moet fijn zijn, een goede verhouding
zand, compost, water en lucht en vooral bemestingsvrij zijn. De stekken
worden gesneden met een scherpe snede, net onder de knop van de ouderplant.
Wintergroene, heesterachtige kruiden zoals bv. laurier, kunnen problemen
geven want zelfs als de stek in zijn rustperiode genomen wordt, betekent
de aanwezigheid van bladeren dat er toch water verdampt, terwijl de
stek dit nog niet kan aanvullen. Dit probleem kan vaak voorkomen worden
door 'afleggen' of 'aanaarden' - een techniek waarbij een tak in aanraking
met de grond wordt vastgezet, terwijl deze aan de plant blijft vastzitten. Het
nadeel is dat dit veel geduld vraagt omdat er zelden binnen 18 maanden voldoende
wortels gevormd worden. Wortelstekken worden steeds genomen in
de rustperiode nl. tussen december en eind januari. Neem daarvoor gezonde
wortelstukjes van minimum 5 cm lengte met een minimum van dikte.
De plant moet nl. uit haar afgesneden wortelstukjes het nieuwe leven halen.
Kruidige stekken bv. melisse, munt, bergamot, marjolein.
Halfverhoute stekken bv. dropplant, tijm, salie, steentijm.
Houterige stekken bv. lavendel, rozemarijn, citroenverbena, mirte.
Wortelstekken bv. munt, dragon, mierikswortel, paardenbloem.



